Home Artikelen Bijen tegen armoede

Bijen tegen armoede

door ImkerAuke
Inkomen verbeteren honey train the trainer india

Ik heb het geluk gehad veel van de wereld te mogen zien. Ik heb met eigen ogen de uitdagingen van de allerarmste boeren in Afrika, Azië, Midden en Zuid Amerika gezien.

Los van het feit dat ik daarmee keer op keer met beide voeten op de grond wordt gezet, en me gelukkig prijs met mijn rijke leventje in Nederland, vraag ik me ook af welke oplossingen of oplossingsrichtingen moeten leiden tot verbetering van de situatie van deze allerarmsten? En dat is geen makkelijke vraag.

Er bestaan talloze ontwikkelingsprogramma’s die heel hard werken aan deze uitdaging. Dat is heel goed, maar tegelijk vraag ik me ook af wat nu het echte effect is van al dit harde werken. Een aantal vragen komt keer op keer terug: Wordt er goed nagedacht voordat een nieuw project gestart wordt? Waarom worden keuzes gemaakt voor een bepaalde keten en/of aanpak? In hoeverre spelen subsidiekansen voor ontwikkelingsorganisaties een rol in dit keuzeproces? Wordt het effect na een aantal jaren gemeten en worden successen op grotere schaal uitgerold?

Omdat ik veel boeren in verschillende ontwikkelingslanden gezien en gesproken heb, denk ik dat ik een aardig beeld heb van wat werkt en wat niet werkt. Hierdoor ben ik steeds meer gaan geloven in projecten waarbij de allerarmste boeren geleerd wordt hoe ze moeten imkeren en hun inkomen en levensomstandigheden daarmee substantieel kunnen verhogen. Op dit moment zie ik een grote kans voor ontwikkelingslanden en NGOs om (nog meer) in te zetten op verbetering van inkomens van arme boeren door het opleiden van boeren tot imkers. Een aantal gedachtegangen liggen hieraan ten grondslag:

Honing is relatief duur: Meer dan een miljard mensen moeten zien rond zien te komen van een euro per dag of minder. Honing is een duur product, niet alleen in Europa. Gebruikelijk in Afrika en Azië is een opkoopprijs (bij de boer dus) van 3 tot 5 dollar. Honing die in het betreffende land bekend staat om haar medicinale werking (omdat het van nectar van een bepaalde plant afkomstig is) is makkelijk 2x of 3x dat bedrag waard. Daarmee heeft het veel meer potentie dan gewassen (aardappelen, mais, etc) die weinig opbrengen gedurende het oogstseizoen. Ook zie je dat honing aan de buurman voor nog hogere bedragen verkocht/geruild wordt en daarmee direct bijdraagt aan het verhogen van inkomens en de omvang en variëteit van het beschikbare voedsel van hele dorpen. Stel dat een boer 5 volken aanhoudt en deze 5×10 kilo honing per jaar produceren. (Het zal gauw meer zijn.) Dan is jaarlijks gauw 200 dollar of meer verdiend aan de verkoop van honing. Als de boer dan ook nog eens bijenwas en bijenvolken (natuurlijke voortplanting) verkoopt, dan is het jaarlijkse inkomen snel verdubbeld! Dat noem ik nog eens impact!

Flora en klimaat Afrika / Azië en Zuid-Amerika: Juist in ontwikkelingslanden zijn de omstandigheden vaak heel goed voor het houden van bijen. Voor veel landen in Afrika, Azië en Latijns-Amerika geldt dat er een divers en groot drachtaanbod (nectar en stuifmeel) is gedurende het hele jaar. In vergelijking tot Europa en de Verenigde Staten is het houden van bijenvolken en het produceren van bijenproducten veel gemakkelijker en het levert meer op. In China en sommige Zuid-Amerikaanse landen zie je dat dit zich vertaalt in grote hoeveelheden honing en bijenwas export (China is de grootste honing en bijenwas exporteur van de wereld). De lokale markt is daar namelijk verzadigd en productie gigantisch. Landen als India en vele Afrikaanse landen missen de boot, terwijl de kansen groot zijn. Juist voor arme en kleine boeren, omdat productie niet gecentraliseerd kan worden. Bijenvolken moeten immers niet te dicht bij elkaar zijn omdat anders de omgeving te weinig nectar en stuifmeel biedt per volk.

Mogelijk antwoord van arme boeren op intensivering landbouw: Met ruilverkaveling en schaalvergroting zien we wereldwijd zien we een intensivering van de landbouw. Net zoals in Europa worden agrarische bedrijven steeds groter, productievolumes per hectare nemen toe en de kwaliteit van producten (uniformiteit, houdbaarheid, voedingswaarde, etc) wordt steeds beter. Los van de wijze waarop dit gebeurt (effecten van bijvoorbeeld monoculturen, gewasbestrijdingsmiddelen, etc) is dit best een goede ontwikkeling. We hebben immers een wereldbevolking van 9 miljard mensen te voeden in 2050. Maar wat is het effect op de arme boer die niet kan aansluiten bij deze trend? Hij of zij krijgt mogelijk te maken met lagere prijzen en hogere eisen uit de markt. In mijn ogen is het, net als in de Verenigde Staten en Europa, straks niet meer mogelijk om te overleven als boer met 0,1 – 1 hectare grond. Deze mensen zullen dus ander werk moeten zoeken. Uiteraard brengt een veranderende agrarische sector ook kansen. Enkele arme boeren krijgen de kans om een baan te krijgen. Er zullen echter ook een heel aantal buiten de boot vallen. Ik denk dat omscholing tot imker een kans is voor een aantal van deze mensen. Intensivering van ‘honinglandbouw’ vindt niet plaats en kan slecht plaatsvinden. Uiteraard bestaan er grote imkerbedrijven met vele bijenvolken, maar het gros van de honingimkers (in bijvoorbeeld China) is klein en heeft een relatief goed bestaan. Dit komt doordat het simpelweg niet mogelijk is om honderden bijenvolken op een plaats te houden. Hiervoor brengt de omgeving te weinig nectar en stuifmeel. Daarmee is (part-time) honingimker worden in mijn ogen een antwoord van arme boeren op de intensivering van de landbouw.

Geen noodzaak tot het hebben van land: Ik leg hierboven al uit dat ik denk dat ‘honingproductie’ moeilijk te intensiveren is en dat dit kansen biedt voor boeren met 0,1 – 1 hectare grond. Misschien is het zelf sterker dan dat. Bijen zorgen voor bestuiving. Ze zijn de motor van ons ecosysteem en zijn noodzakelijk voor vruchtzetting van vele soorten planten. Een kleine boer die geen brood ziet in het houden van bijen (voor de honing die hij kan oogsten) kan wel bijenvolken van anderen toelaten op zijn land. Mogelijk kan hij hier zelf een vergoeding voor vragen. Hierdoor krijgt de ene kleine boer gratis bestuiving (en dus meer en/of betere oogst) en een mogelijke vergoeding, terwijl een tweede kleine boer kan imkeren zonder zelf land te bezitten. Een win-win situatie.

Imkeren concurreert niet met andere landbouw: Kleine boeren met 0.1 tot 1 hectare grond staan jaarlijks voor een moeilijke keuze. Vaak zonder dat ze veel inzicht hebben in de markt die ze uiteindelijk gaan bedienen moeten ze kiezen welke gewassen ze gaan verbouwen of welke dieren ze gaan houden. Daar waar je courgettes inzaait, kun je niet ook aardappelen laten groeien op hetzelfde moment. Voor imkeren geldt dit niet. Een bijenvolk vraagt misschien een kwart vierkante meter ruimte, mogelijk zelfs op een schaduwplek waar toch weinig groeit. Hiermee kan een traditionele kleine boer met dezelfde hoeveelheid grond een additioneel inkomen creëren.

Kansen voor vrouwen: Waar het qua landbezit niet concurreert, concurreert imkeren mogelijk wel met tijdsinzet voor andere taken. Een boer kan immers maar een ding tegelijk. Dit biedt kansen voor vrouwen. In veel ontwikkelingslanden is een traditionele taakverdeling waarbij de man op het land werkt en de vrouw voor de huishouding en de kinderen zorgt (sommige delen van Afrika uitgezonderd, hier werken vrouwen met name op het land). Vrouwen zijn dus vaak in en om het huis. Het mooie van imkeren is dat dit naast het huis kan plaatsvinden, niet erg tijdrovend is en op willekeurige momenten op de dag of in de week kan plaatsvinden. Ideaal als additionele taak naast het gezin/huishouden. Op dit moment zijn er NGOs met een focus op het verhogen van kansen voor vrouwen die hierop inspelen.

Honing is lang houdbaar: Dit is misschien wel de belangrijkste opmerking. De voedselverliezen van verse producten in ontwikkelingslanden zijn gigantisch. Van boer tot bord wordt vaak 30 – 50% verloren. Tijdens oogstseizoenen is er vaak een overschot, terwijl er buiten het oogstseizoen geen aanbod is. Effectieve opslag is vaak niet mogelijk. En dat terwijl mensen honger hebben.. Honing is wat dit betreft een fantastisch product. Het heeft een hoge voedingswaarde en is lang houdbaar. De boer kan het zelf bewaren zonder het gebruik van allerlei dure opslagtechnologie zoals bij veel groente en fruit nodig is. Hoewel eens mens natuurlijk niet kan leven van enkel honing, levert het houden van bijen (en het continu beschikbaar zijn van (thuis opgeslagen) honing) wel een bijdrage aan voedselzekerheid.

Toegevoegde waarde bij productie bijenproducten: Wat me vaak opvalt in ontwikkelingslanden is dat de toegevoegde waarde elders wordt gecreëerd. Denk bijvoorbeeld aan het snijden en verpakken van sla. De enorme marges die hier gemaakt worden, worden niet verdiend door de boer. Vaak omdat verse producten niet lang genoeg houdbaar zijn en de boer geen directe relatie heeft met een eindafnemer. Het risico is dus te groot. Bijenproducten zijn langer houdbaar en de markt hiervan is vaak in de naaste omgeving. Honing wordt in kleine dorpen aan de buurman verkocht. Maar je kunt ook denken aan kaarsen (van bijenwas) of propoliszalven tegen allerlei infecties. Het maken van deze producten is relatief simpel en leidt snel tot een leuk additioneel inkomen.

Bovenstaande punten heb ik opgeschreven omdat ik dit zie als kansen voor veel mensen die het hard verdienen. Het is gebaseerd op dat wat ik heb gezien in de wereld en wat ik daarover gelezen heb, maar het is niet de allesomvattende waarheid of het eureka voor kleine boeren (althans, dat denk ik). Ik werk niet voor een NGO en heb ook niet dagen lang lokaal ‘met mijn voeten in de klei’ gestaan. Daarom hoop ik door het opschrijven van deze punten een discussie los te maken die uiteindelijk leidt tot het opzetten van nieuwe mooie effectieve projecten waarin arme boeren worden opgeleid tot imker. Ik daag iedereen uit met me mee te denken. Op dit moment weet ik niet hoe, maar ik hoop op termijn een bijdrage te leveren aan een dergelijk project. Heb je een idee om een project van de grond te krijgen? Neem contact met me op.

Dit is ook leuk!

Plaats reactie